Hoe verzorg ik mijn konijn

Wist je dat konijnen 10 jaar oud kunnen worden? Hoe meer je dus over konijnen weet, hoe beter je voor je konijn kunt zorgen en hoe groter de kans dat je konijn je vriendje voor het leven wordt!

Gezelschapsdieren

Konijnen zijn niet graag alleen; ze hebben gezelschap nodig. Een konijn dat de hele dag alleen in een hok achter in de tuin zit, is dus niet gelukkig. Net zoals jij ook niet gelukkig zou zijn als je de hele dag in je eentje op je kamer moest blijven. Daarom is het beter om twee konijnen te houden of – als je er maar eentje mag van je ouders – veel tijd met je konijn door te brengen. Je zult zien: samen met je konijn(en) kun je veel plezier beleven!

Prooidieren

Hoewel het normaal is om konijnen als huisdier te houden, moet je niet vergeten dat de voorouders van je konijn wilde konijnen waren die in de vrije natuur leefden. Deze wilde voorouders hebben een paar ‘regeltjes' doorgegeven aan jouw tamme konijn. Als je deze ‘regeltjes' begrijpt en je aan deze ‘regeltjes' houdt, zul je zien dat je konijn je vertrouwt en leuk gezelschap voor je kan zijn.
Een konijn is een prooidier, dat betekent dat het altijd op zijn hoede zal zijn voor gevaar (voor bijvoorbeeld een vos die in hem een lekker hapje ziet, maar ook in jou of je hond kan hij gevaar zien). Een konijn zal onmiddellijk vluchten als er gevaar dreigt. Pas als het geen kant op kan, zal het zich omdraaien om zich te verdedigen.
Als een prooidier zich ziek voelt, zal het instinctmatig weten dat het nu een gemakkelijke prooi is voor roofdieren. Door zich heel stil te houden, hoopt het onopgemerkt te blijven tot het zich beter voelt. Deze instincten, het vluchten en zich stilhouden bij ziekte, heeft jouw konijn ook. Een konijn dat stil wordt, niet eet en in een hoekje gaat zitten, is dus ziek. Je konijn zal vaak met de ogen open slapen om de vijand de indruk te geven dat het wakker is en oplet. Ook ligt het konijn het liefst ergens onder of in, zodat het zich aan alle kanten beschut voelt.

Lief knuffeldiertje?

Een konijn ziet er knuffelig uit, maar het is geen knuffeldiertje. Bescherm je konijn daarom voor je jonge broertje of zusje, want die wil vast met het konijntje in de armen rondlopen. Wist je dat alle konijnen dit vreselijk eng vinden, want het konijn moet meteen aan zijn voorouders denken die gegrepen werden door een roofdier. Je konijn raakt in paniek en kan dan gaan bijten en trappen, zeker wanneer je het konijn verkeerd of te stevig vasthoudt. En dat kan zeer doen, want je konijn heeft scherpe nagels en tanden. Je konijn kan door het worstelen ook zijn rug enorm beschadigen en verlamd raken.
Toch kun je van je konijn wel een knuffelkonijntje maken. Ga lekker op de grond zitten en laat hem uit zichzelf naar je toe komen. Hij zal aan je snuffelen en als je telkens lief bent voor hem en hem niet pakt, zal hij je leren te vertrouwen. Na een tijdje kun je jouw konijn dus aaien en zul je merken dat hij dat net zo leuk vindt als jij. Misschien doet ie zijn oogjes wel dicht, legt zijn kop plat op de grond voor een uitgebreide aaibeurt, terwijl je hem zachtjes hoort knarsetanden. Van plezier! En als je stopt met aaien dan zal hij door het duwen van zijn kop tegen je hand je duidelijk willen maken dat hij graag nog langer geaaid wil worden.

Hoe oud moeten konijnen zijn als ze bij je komen wonen?

De meeste konijntjes die verkocht worden in dierenwinkels zijn niet ouder dan 5 weken, maar voor het konijntje is het beter om 6-8 weken bij de moeder te blijven, zodat het moedermelk kan drinken. Pas als het konijn ouder is dan 6 weken kan het droogvoer en groenten gaan eten. Veel van deze te jong verkochte konijntjes worden kort na aankoop ziek, krijgen heftige diarree en gaan dood. Krijg je een konijntje, let er dan op dat deze oud genoeg is om bij de moeder vandaan gehaald te worden.

Wat heeft een konijntje allemaal nodig?

- Een droge plaats, niet op de tocht, in de schaduw en uit de wind.
- Een rustig plekje, zodat het de tijd heeft om aan jullie te wennen.
- Een ruime kooi, zodat het op de achterpoten kan staan en heen en weer kan lopen.
Geef je konijn de eerste dagen hetzelfde voer als dat hij hiervoor kreeg. Het konijntje moet 24 uur per dag hooi kunnen eten en vers water kunnen drinken. Omdat de darmen van konijnen snel in de war kunnen raken (waardoor ze zelfs dood kunnen gaan) mag je hem de eerste twee weken geen groenvoer geven, ook geen wortel en beslist geen snoep.

Het hok/de kooi

Als je maar één konijn hebt, dan kun je hem het beste in een kooi of hok binnen zetten. Dit is voor jou en voor het konijn veel gezelliger. Een binnenkooi kan het beste op een lage plek staan, een klein stukje boven de grond, maar niet onder een open raam of voor de verwarming. Zorg er voor dat het konijn zelf in en uit de kooi kan gaan. Zo zal je konijn sneller tam en zindelijk zijn. Koop een zo groot mogelijke kooi, zodat het konijn lekker languit kan liggen, rechtop kan staan en zodat er ook nog ruimte is voor een wc (driehoekbak, bij dierenwinkel te koop) en wat speeltjes.

Bodembedekking

Er zijn verschillende soorten bodembedekking. Zaagsel en kranten kun je beter niet gebruiken omdat die snel nat worden en gaan stinken. Bij langharige konijnen blijft het zaagsel in het haar hangen. Gewoon stro op de bodem is daarom het beste. Maak in de hoek van de kooi een
wc (ze zullen zelf vaak al een hoek uitgekozen hebben waar ze altijd plassen en poepen) door een dikke laag organische vulling (geperste hout- of papierkorrels, te koop bij de dierenwinkel) te strooien. Of zet er een driehoekbak neer die je vult met organische vulling met daar bovenop een laag hooi.

Voer- en drinkbakken

Je konijn moet natuurlijk ook eten en drinken en heeft dus een voer- en drinkbak nodig. Kies er eentje van roestvrij staal en hang ze met beugels op aan het traliewerk van de kooi. Bakjes die op de bodem staan worden vaak vies of ze worden omgegooid. Gebruik liever geen drinkflesje omdat je konijn tijdens het drinken dan ook lucht naar binnen krijgt waarvan hij buikpijn kan krijgen. Ververs het drinkwater elke dag en maak de voerbak goed schoon.

Buiten wonen

Een buitenhok moet op een luwe plek staan, wind of regen mogen niet in het hok kunnen komen. Op zonnige dagen moet het konijn voldoende schaduw hebben, anders zal je konijn het snel te heet krijgen. Het hok moet ruim zijn, 1.50 meter breed en zeker 0.60 meter diep en hoog. Je konijn moet rechtop kunnen zitten en het liefst ook op zijn achterpoten kunnen staan.
Een gedeelte van het hok moet een gesloten nachthok zijn. Dit nachthok is een veilige schuilplaats die dieren altijd nodig hebben. De opening van het nachthok moet precies zo groot zijn dat het konijn er door kan.
Het hok staat een stukje boven de grond, op lage poten, zodat je konijn geen last heeft van kou. Een scharnierend dak is handig om het hok schoon te kunnen maken. Het dak zelf steekt een stukje over, zodat regen niet in het hok kan komen. Het hok moet van buitenaf zeer goed gesloten kunnen worden, zodat slimme (roof)dieren het hok niet kunnen openmaken. Het hok moet verder stevig zijn zodat het niet omgegooid kan worden door bijv. een hond. In de wintermaanden doe je in het nachthok extra stro. En is het echt koud dan kun je de voorkant van het hok gedeeltelijk afsluiten met plexiglas of een juten zak. Bij strenge vorst en snijdende oostenwind is het beter om het hok in de schuur of de garage te zetten. Het mag daar niet tochtig of vochtig zijn en er moet altijd voldoende frisse lucht blijven.
De bodembedekking in hok/kooi moet je elke week verschonen. ‘s Zomers moet zeker van een buitenhok de wc (mesthoek) vaker worden verschoond, zodat je konijn niet lastig gevallen wordt door vliegen. Controleer, zeker 's zomers als het warm is of je konijn goed schoon is. Want vliegen komen af op de lucht van plakpoep, leggen hierin hun eitjes die binnen een paar uur uitkomen, waarna de maden zich naar binnen in het konijn eten. Je begrijpt dat dit heel pijnlijk voor je konijn is en dat je konijn binnen een paar uur dood zal gaan.

De ren

De ren wordt aan of om het hok heen gebouwd, zodat de konijnen vanuit hun hok zelf de ren in en uit kunnen lopen, bijvoorbeeld via een breed kippenloopplankje. Een gedeelte van de ren kan overdekt worden, zodat de konijnen ook bij regen in de ren kunnen. Een ren kan nooit groot genoeg zijn. Vergeet ook niet om je buitenkonijn speelgoed te geven: takken, boomstronken, buizen, enz.

Lekker rennen, springen en spelen

Een konijn vindt het heerlijk om te rennen en te springen.
Als een konijn nooit vrij rondlopen mag lopen dan krijgt het zwakke botten en slappe spieren. Laat het konijn daarom iedere dag minstens 3 uur loslopen. De meeste konijnen klimmen graag en daarom zou je wat kartonnen dozen op elkaar kunnen stapelen. Hier en daar een gat in de dozen maakt het tot een spannend sluipspel. Wat hooi in één van de dozen geeft het konijn tijdens het spelen ook wat te knabbelen.

Speelgoed

Ook met speelgoed zal je konijn blij zijn; harde kattenspeeltjes om mee te gooien, lege toiletrollen om te versnipperen. Een oude telefoongids om heerlijk urenlang te kunnen scheuren (beter dan het behang van je kamer, toch?). Of leg een oude handdoek voor hem neer om lekker te graven. Konijnen houden er namelijk van om te wroeten en tunnels te graven. Kartonnen kokers van vloerbedekking kunnen als tunnel gebruikt worden. In het einde van zo'n koker kun je kranten proppen. Je zult zien dat je konijn urenlang zoet is om te proberen de kranten er uit te krijgen. Je kunt ook eenvoudig een tunnel maken door een grote kartonnen doos aan de bovenkant dicht te plakken en in de zijkanten een ruim gat te maken.
Een kartonnen doos of een grote rieten mand gevuld met hooi en krantensnippers is een fijne graafplek.

Rusten

Net als wilde konijnen slaapt jouw konijn graag 's middags. ‘s Ochtends vroeg en ’s avonds hebben ze de meeste zin om op ontdekkingstocht te gaan en lekker te rennen en te spelen. En dat komt mooi uit, want op deze tijden hoef jij niet naar school.

Boosheid

Boosheid is eigenlijk bangheid. En bange konijnen kunnen uitvallen naar je handen en bijten. Soms is er maar weinig nodig om een konijn te zien veranderen in een grommend, uitvallend monstertje. Als je het konijn steeds uit het hok of de kooi pakt, kan hij bang worden voor je handen en erin bijten. Laat je konijn daarom uit zichzelf uit het hok of de kooi lopen. Zit je konijn binnen in een hok, zet dan het deurtje open. Woont je konijn buiten, zorg dan dat hij in een ren kan lopen. Als het konijn terug in de kooi moet dan kan het gelokt worden met eten. Hiervoor moet je in het begin geduld hebben, totdat het konijn weet dat hij iets lekkers krijgt als hij zijn hok in gaat. Zo hoeft het konijn nooit gepakt en opgetild te worden en op deze manier is er voor het konijn geen reden om bang voor je te zijn en zich dus boos te gedragen. Je zult zien dat hoe meer je jouw konijn met rust laat, hoe aanhankelijker het zal worden.
Boosheid kan ook plotseling, zonder reden, ontstaan. Dit heeft bijna altijd met de leeftijd te maken, want als konijnen 5-8 maanden oud zijn, begint de puberteit en zullen ze alles wat van hen is gaan verdedigen. Door het konijn te laten steriliseren/castreren zal dit gedrag verdwijnen. Nog een reden voor plotselinge boosheid kan schijnzwangerschap van een vrouwtje zijn. Ze wil dan haar denkbeeldige nest en jongen verdedigen. Er zal in de kooi iets van een nest te vinden zijn: opgestapeld stro met waarschijnlijk plukken vacht er in. Laat je vrouwtje met rust, na een paar dagen tot twee weken zal ze zich weer normaal gedragen.

Hoe ziet een konijn zijn wereld?

Een konijn leeft laag bij de grond. In een huiskamer kijkt je konijn dus tegen de tafel, de stoelen, de bank en de kast aan. Je konijn moet om de stoel heenlopen om weer een nieuw stukje van de kamer te kunnen zien en kan schrikken als jij daar opeens staat. Zeker als hij je niet aan heeft zien komen. Van schrik herkent hij je u misschien niet en vlucht. Loop daarom altijd rustig op je konijn af, terwijl je tegen hem praat, zodat hij je stem kan herkennen.
Konijnen zien dichtbij erg slecht en kunnen schrikken van nieuwe dingen in de kamer. Van schrik kunnen ze gaan stampen of ze gaan heel voorzichtig op het nieuwe ding af om eraan te snuffelen. Dat kunnen bijvoorbeeld je schoenen zijn, die je hebt laten slingeren.

Afleren

Konijnen leren snel, maar dingen afleren die ze niet mogen is niet zo makkelijk. De beste manier om konijnen iets af te leren is door ze af te leiden en ze de slechte gewoonte te laten vergeten. Het duurt ongeveer drie weken tot een konijn verkeerd gedrag vergeten is. Voorbeeld: een konijn dat op de bank springt en daar gaat plassen, moet het onmogelijk gemaakt worden op de bank te springen. Dit lukt door van alles en nog wat voor de bank te zetten of door met de plantenspuit een straaltje tegen het konijn te spuiten wanneer het naar de bank toeloopt. De eerste manier is de beste, want als het konijn niet meer op de bank kan komen, zal het op een gegeven moment de bank vergeten. Natuurlijk moet er iets anders voor in de plaats gegeven worden.
Scheurt het konijn aan behang, dan kun je hem een grote doos geven of oude telefoongids. Het belangrijkste is om ervoor te zorgen dat het konijn niet meer bij verboden dingen kan komen. Slaan of andere straffen zullen je konijn bang maken. Dit mag je dus nooit doen.

Tuigje

Met een konijn aan een tuigje lopen kan gevaarlijk zijn. Als het dier schrikt kunnen ongelukken gebeuren.

Twee konijnen

Konijnen zijn gewend om in een groep te leven, ze hebben een vriendje nodig. Daarom zijn twee konijnen gelukkiger dan een konijntje dat maar alleen zit. Twee oudere, vreemde konijnen mogen nooit zomaar bij elkaar gezet worden, ze moeten eerst aan elkaar wennen. Twee jonge vrouwtjes kunnen goed samen zijn. Gaan ze vechten, dan zijn ze vast en zeker in de pubertijd. Haal ze tijdelijk uit elkaar en laat ze steriliseren als ze 6 maanden zijn, maar zorg ervoor dat ze elkaar kunnen blijven zien en ruiken; na de sterilisatie kunnen ze dan weer samenwonen.
Mannetjes gaan bijna altijd vechten met elkaar.
Een mannetje met een vrouwtje is de beste keus, maar omdat konijnen vanaf 3 maanden jongen kunnen krijgen moet je op die leeftijd het hok met gaas in twee hokken verdelen. Een mannetje kan vanaf 5 maanden gecastreerd worden. Hij blijft nog 4 weken vruchtbaar, na 4 weken mag hij weer met het vrouwtje samenwonen.

De verzorging

Konijnen zijn net katten: ze wassen zichzelf erg vaak. Heb je een langharig konijn dan moet je de vacht regelmatig kammen/borstelen en heb je een angorakonijn dan moet je deze elke 3 maanden knippen. Ook de nagels van je konijn moeten elke drie maanden geknipt worden, bijvoorbeeld met behulp van een nageltang voor katten (te koop in dierenwinkels). Om het konijn geen pijn te doen, kun je het beste alleen de puntjes die uit de haren steken, knippen.

Het eten van keutels

Het klinkt hartstikke vies, maar het is normaal dat konijnen hun keutels opeten. Was het je al opgevallen dat je konijn twee verschillende soorten keutels heeft: zachte en harde? Als je goed oplet zul je zien dat je konijn soms met zijn bekje bij zijn kontje zit om zo de zachte keutels, die heel gezond zijn voor het konijn, op te eten.

Voeding

Hooi is heel belangrijk voor de darmen van je konijn, zorg er daarom voor dat hij dit dag en nacht kan eten. Konijnen eten speciaal konijnenvoer. Groene korrels (biks) zijn het beste, zodat je konijn niet alleen de lekkere dingetjes uit het voer vist. Kies je toch gemengd voer dan is Russel Rabbit een goed merk. Verder is Supreme Science Selective van Russel geschikt voor konijnen die ziek zijn geweest en konijnen die te weinig hooi eten. Konijnen lusten ook groenten en fruit, maar let op: niet alle groenten en fruit mag gegeven worden. Van bepaalde koolsoorten (zoals rode en witte kool, bloemkool) en klaver krijgt je konijn gas in de darmen (buikpijn!), bieslook en prei mag je ze nooit geven. Af en toe wat fruit mag, maar niet te veel. Geef nooit teveel nieuwe soorten groenten in een keer, want hier kan je konijn ziek van worden en zelfs van doodgaan. Laat je konijn langzaam aan groenten en fruit wennen, geef de eerste dag een heel klein stukje. Witlof, broccoli, andijvie, paksoi, wortels, boerenkool, veldsla en waterkers zijn voorbeelden van goede groenten. De bladeren en stengels van de paardebloem, weegbree, wilde achillea, herderstasje en meer wilde planten worden ook graag gegeten.
Konijnen horen een slank en gespierd lichaam te hebben. Je moet de ribben bijna kunnen voelen zonder dat daar een dikke laag vet over zit. De onderkin (wam = grote huidplooi onder de kin) van het vrouwtje mag niet zo groot zijn dat hij in de weg zit bij het wassen of eten. De heupbeenderen of ruggengraat mogen niet uitsteken, want dan is het dier te mager. De meeste konijnen zijn helaas te dik omdat ze te veel voedsel krijgen of voedsel waar ze dik van worden (zoals bijv. brood). Verder beweegt het konijn vaak te weinig (doordat het de kooi niet uit mag, bijv.).
Bijna alle voedingsstoffen die konijnen nodig hebben halen ze uit hooi, groenvoer en blindedarmkeutels. De meeste huiskonijnen krijgen te veel kant en klaar droogvoer en te weinig hooi en groenvoer. Te weinig hooi en groenvoer kunnen gebits- en gezondheidsproblemen veroorzaken.

GEZOND DIEET

Een gezond dieet bestaat uit weinig droogvoer, onbeperkt hooi dag en nacht, voldoende groenvoer en af en toe fruit. Het liefst geen snoep of heel erg weinig.

Droogvoer

Weinig droogvoer betekent, voor een konijn ouder dan 7 maanden, niet meer dan 25 gram voer per kilogram lichaamsgewicht per dag. Een konijn dat 2 kg weegt krijgt dus 50 gram per dag, verdeeld over ‘s morgens en ‘s avonds. Dit lijkt erg weinig, maar het is meer dan voldoende.

Onbeperkt hooi

Onbeperkt hooi betekent dat een konijn dag en nacht over hooi moet kunnen beschikken. Het liefst krijgt een konijn tweemaal daags een verse pluk. Hooi mag niet oud en muf zijn, het moet geurig zijn en stofvrij.

Groenvoer

De meeste jonge konijntjes uit een dierenwinkel hebben nooit eerder groenvoer te eten gehad. Daarom kun je het beste de eerste week na aanschaf alleen hooi geven. Bouw het geven van groenvoer langzaam op, zodat de darmen van je konijn eraan kunnen wennen. Geef elke dag een beetje meer (begin met een stukje zo groot als een postzegel), zien de keutels er goed uit, dan kun je de volgende dag een groter stukje geven of een klein stukje andere groente erbij doen.

Variatie

Het beste is om een konijn zo gevarieerd mogelijk groenvoer aan te bieden, van veel soorten groenten een kleine hoeveelheid en niet een grote hoeveelheid van maar één soort groente. Bij een jong konijntje kan het beste begonnen worden met wat peterselie en wat selderie.
Geschikte groenten
  • Broccoli (bladeren en topjes)
  • Basilicum
  • Boerenkool
  • Waterkers
  • Parksoi
  • Wortel + loof
  • Andijvie
  • Witlof
  • Peterselie (weinig)
  • Selderij (takje)
  • Zuring (zeer beperkt)
  • Mosterdblaadjes
  • Weegbree
  • Romeinse sla
  • Wilde achillea
  • Spinazie (zeer beperkt)
Geef je konijn 50 - 100 gram groenvoer per kilogram lichaamsgewicht per dag.
Welke groenten mag je niet geven?
  • Bieslook, prei, ui, knoflook
  • Alle soorten bonen en erwten
  • Rabarber (heel giftig, dodelijk)
  • kool zoals rode kool (gasvorming)
  • Aardappelen en aardappelschillen

Gras

Gras is altijd het belangrijkste voedsel geweest van konijnen. Gras is daarom bijzonder goed groenvoer, je konijn moet er goed op kauwen, waardoor de kiezen zullen slijten. Gras bevat veel vocht en bijna alles wat een konijn nodig heeft. Maar ook aan gras moet een konijn gewend raken door eerst wat sprietjes te geven en de hoeveelheid dagelijks te verhogen totdat het konijn helemaal aan gras gewend is en in een ren op het gras kan staan. Geef nooit gras wat afgemaaid is met een grasmaaier, hier kan een konijn erg ziek van worden. Pluk of snijd het met de hand.

Fruit

Bijna alle soorten fruit (zonder pit) kun je aan je konijn geven. Let op: fruit bevat suiker en als je teveel geeft, wordt je konijn dik en kan darmproblemen krijgen. Voorbeelden van (vers!) fruit zijn: appel, peer, kiwi, perzik, kers, zwarte bes, bos- bes, aardbei, framboos, ananas, mango, meloen, kruisbes, banaan. Fruit moet, net zoals groenten, langzaam opgebouwd worden, om diarree te voor- komen

Snoepgoed

In de dierenwinkel worden veel dingen verkocht die zogenaamd gezond zouden zijn voor je konijn. Zo worden speciale konijnensnoepjes, broodjes, knabbel- staafjes, likstenen, enz. verkocht in een mooie verpakking waarop je kunt lezen dat je konijn door het eten van zo'n snoepje of broodje alle gezonde dingen binnenkrijgt die hij nodig heeft. Maar dit is niet waar, je konijn kan van veel soorten snoep zelfs na een tijdje ziek worden. Knaag- of likstenen zijn niet geschikt voor konijnen, want die kunnen daar blaasstenen van krijgen.

ZIEKTE EN GEZONDHEID

Zorg je goed voor je konijn dan kan het wel 10 jaar oud worden. Helaas zijn er verschillende ziekten die dodelijk kunnen zijn bij konijnen, zoals bijvoorbeeld gas en verstopping. Herken je aan het gedrag van je konijn dat hij ziek is en mogelijk last heeft van gas of een verstopping en handel je snel, dan is de kans groot dat het goed af zal lopen.

Gas

Een konijn heeft hele gevoelige darmen, langer en ingewikkelder dan jouw darmen. Veel konijnen krijgen dan ook vroeg of laat te maken met gas. Gas is voor konijnen gevaarlijk (grijp je niet in, dan is het dodelijk), maar als je weet hoe een konijn met gas zich gedraagt en je behandelt hem snel, dan is het vaak goed te verhelpen. Gas komt altijd plotseling. Is je konijn altijd levendig en actief, heeft hij altijd een goede eetlust en goede keutels en wil hij nu plotseling niet eten, zelfs zijn lievelingsvoer niet, dan heeft hij vast en zeker last van gas.
Gas veroorzaakt veel pijn. Door deze hevige pijn stopt het konijn met eten. Als een konijn 24 uur niet eet, kunnen de darmen stoppen met bewegen. Want, zo denken de darmen van het konijn, waarom zou ik bewegen als er toch geen voedsel in de darmen zit dat van a naar b gebracht moet worden? Als de darmen te lang stilliggen, raakt de lever beschadigd.
De kans dat je konijn het overleeft is nu heel klein. Nog een gevaar bij het ontstaan van gas is dat het gas enorm groot kan worden, dit heet trommelzucht. Trommelzucht is bijna altijd dodelijk. Ziekte, verwaarlozing, eenzaamheid, verandering van omgeving, een lange autorit, onregelmatige voertijden, te veel konijnen in een te kleine ruimte, geen of niet voldoende ruimte om te bewegen, een zeer vieze kooi, koorts, een operatie, dit zijn allemaal dingen waarvan een konijn zenuwachtig kan worden. Dit kan gas als gevolg hebben. Ook verkeerde voeding kan tot gas leiden: als je je konijn veel groenvoer hebt gegeven wat ie nog nooit gegeten heeft, bijvoorbeeld. En soms ontstaat gas zomaar, zonder reden...
Hoe kun je gas herkennen?
  1. Harde borrelende geluiden in de buik van het konijn, deze geluiden zijn zelfs op afstand te horen. Of het tegenovergestelde: doodse stilte. Bij gezonde konijnen hoor je zachtjes borrelen als je met je oor aan de buik luistert.
  2. Het konijn wil met rust gelaten worden, zit vaak met de ogen half gesloten, stopt met eten (weigert zelfs het favoriete lekkers) en reageert na een tijdje zelfs nergens meer op.
  3. Het konijn ligt in een ongemakkelijke of vreemde houding: half op de zij of juist met de borst op de grond met het achterlijf iets omhoog. Of het konijn wil helemaal niet liggen, het zit liever rechtop in een heel rechte houding.
  4. Vaak zal het konijn onrustig zijn, steeds een andere plek zoeken en met de achterpoten het stro wegtrappen.
  5. Het konijn zal vaak heel snel ademen, dit is een teken van pijn.
  6. De buik zal heel hard of heel zacht aanvoelen. Bij het optillen is je konijn soms slap als een lappenpop.
  7. Er zijn geen keutels of een paar natte.

Konijnen EHBO

Om gas te genezen heb je het volgende nodig:
  1. Aeropax. Dit is een mensenmiddel tegen gas wat goed werkt bij konijnen. Dit is bij de (nacht)apotheek te koop.
  2. Injectiespuitjes zonder naald, alle maten (verkrijgbaar bij je dierenarts).
  3. Nutrilon Soya Plus. Dit is babyvoeding gemaakt van soja. Nutrilon soya kun je bij de dierenarts, apotheek, drogist of supermarkt kopen. Of Convalescence support (van Waltham). Inderdaad dwangvoer voor katten maar konijnen reageren hier ook goed op. Je kunt dit poeder bij de dierenart kopen.
  4. Potjes babyvoeding, bijvoorbeeld worteltjes (naturel, dus zonder aardappelen of vlees).
  5. Kruiken.
  6. Digitale thermometer.

Mijn konijn heeft gas. Wat moet ik nu doen?

Zit je konijn buiten, haal het dan onmiddellijk naar binnen. Een konijn met gas krijgt het heel koud en kan dan in een shock raken. Meestal sterft een konijn hierdoor. Het dier heeft een deken nodig en als het erg koud aanvoelt ook een kruik. In een kooi zal het konijn door zijn pijn het stro en op de koude, kale bodem gaan liggen. Dit is niet goed voor de genezing dus hou je konijn warm. De normale lichaamstemperatuur is tussen de 38.5°C en 40°C. Bij een temperatuur onder de 37.5°C heb je met spoed de hulp van de dierenarts nodig. De dierenarats zal je konijn dan een infuus geven en soms ook nog een spuiten met geneesmiddel. Wikkel je konijn in een deken als je naar de dierenarts gaat zodat het lekker warm blijft.

Aeropax

Aeropax is te koop als tablet of vloeibaar. Geef van de tabletten in het eerste uur 3x een hele tablet = 40 mg. Maak de tablet fijn in wat water en zuig dit met een spuitje op. Heb je Aeropax vloeibaar dan moet je in het eerste uur 3x 2,5 ml geven. Na dit eerste uur geef je elk volgende uur 1 tablet of 2,5 ml. Spuit voorzichtig aan de zijkant van het bekje tussen de voortanden en de kiezen, achter de wang. Laat je konijn rustig slikken. Aeropax moet je blijven geven tot het beter gaat met je konijn. Dit kun je zien doordat je konijn zich gaat wassen, water drinken en hooi eten.

Buikmassage

Om de darmen een beetje te helpen, masseer je heel voorzichtig met de vingertoppen van de bovenkant van de buik naar omlaag. Als je konijn doodstil blijft zitten is dit een teken dat hij het prettig vindt. Als hij weg wil moet je stoppen.

Eten

Probeer regelmatig of je konijn al iets lekkers wil nemen. Als het gas wegtrekt door de Aeropax en de pijn verdwijnt zal je konijn het aannemen. Dan zullen ook de oren warm worden en weet je dat de temperatuur van je konijn goed is. Maar zet een buitenkonijn pas terug als het zich op hooi en ander eten stort, als bewijs dat het gas is verdwenen. Tot zolang moet de behandeling doorgaan.

Drinken

Geef elk half uur ook een paar ml. Water, je konijn heeft vocht nodig. Als hij na 12 uur nog niets zelf eet, dan moet je hem helpen met Nutrilon soya, wortelhapje of Convalescence. Probeer met het spuitje wat naar binnen te krijgen. Geef kleine beetjes, 5-10ml. per keer om de 2-3 uur of vaker als je konijn het wil. Wel doorgaan met Aeropax, dit blijf je elk uur geven.
Als na 12 uur het gas nog niet weg is en het lukt niet om het konijn met een spuitje te voeren (je konijn laat alles uit de mond lopen of wordt slap) ga dan met spoed naar een dierenarts. Deze kan het konijn een infuus geven, een medicijn geven dat de darmen weer in werking zet en het voeren overnemen. Daarmee gaat het gas niet weg, het beste kun je ook de Aeropax meenemen omdat veel dierenartsen dit niet kennen. Wikkel je konijn in een deken als je naar de dierenarts gaat en gebruik die ook op de koude behandeltafel.

Verstopping

Als een konijn stopt met keutelen dan heeft het last van een verstopping. Door te weinig hooi en groenvoer te eten, krijgt het te weinig vezels binnen die ervoor zorgen dat de darmen goed in beweging blijven. Ergens is er dus een mix van haar en voedsel achtergebleven in de darmen, wat er uit moet. Dit moeten de darmen eigenlijk doen, maar doordat het konijn niet eet (het heeft geen honger, het achtergebleven voedsel zorgt voor een vol gevoel) gaan de darmen steeds langzamer werken. Behalve haar en voedsel wat achterge- bleven is, is het ook mogelijk dat je konijn iets anders in de darmen heeft zitten, bijv. stukjes tapijt, handdoek of plastic.

Hoe herken je een verstopping?

Een konijn met een verstopping zal zich niet anders gedragen. Het dier blijft levendig. Wel zal het steeds minder gaan eten en worden de keutels kleiner en kleiner. Tot het stopt met eten en keutelen. De keutels van een konijn vertellen veel over de gezondheid. Een gezond konijn heeft droge, glanzende ronde keutels van dezelfde grootte en vorm. Als de keutels kleiner worden, moet je al in actie komen.

Behandeling

Om het voedsel wat ergens vast is blijven zitten weer in beweging te krijgen, moet het konijn veel drinken. Geef extra water door middel van een spuitje als je konijn weinig drinkt. Aan de zijkant van de mond, tussen de snijtanden en de kiezen is een lege ruimte, waar je het water voorzichtig, beetje voor beetje naar binnen kunt spuiten. Laat het dier steeds rustig slikken. Lukt het niet vraag dan iemand om het konijn vast te houden. Geef je konijn weinig of geen droogvoer en zoveel mogelijk verse (donkergroene) bladgroenten en maak ze vochtig.
De dierenarts zal een laxeermiddel geven wat je een paar maal per dag moet geven. Ook sap van een verse ananas helpt om je konijn beter te maken. Wil het konijn niet meer eten, dan moet je hem helpen. Onder het hoofdstukje gas staat beschreven hoe je een konijn moet voeren en waarom het gevaarlijk is als je konijn niet meer wilt eten.

PROBLEMEN MET HET GEBIT

De tanden en kiezen van een konijn groeien een leven lang door. Door te eten slijten de tanden. Als de tanden niet goed staan zullen de ondertanden niet afslijten. Ze kunnen dan buiten de mond gaan groeien en zelfs met een boog richtingogen groeien. Soms groeien ze zelfs dooreen lip heen. Als de ondertanden doorgroeien, kunnen de boventanden ook door gaan groeien. Deze groeien vaak met een krul terug de mond in en kunnen daar de binnenkant van de mond beschadigen.
Een konijn met te lange tanden krijgt problemen met eten. Het kan het voedsel niet meer oppakken of kauwen en hierdoor kunnen er problemen met de darmen komen. Ook zal het konijn zich niet meer kunnen wassen en de blindedarmkeutels niet meer kunnen eten. De gezondheid van je konijn gaat dus snel achteruit. De onder- en boventanden van een konijn moeten geknipt worden als ze niet uit zichzelf slijten. Laat dit doen bij de dierenarts. Konijnen kunnen ook haken (uitsteeksels) aan de kiezen krijgen. De haken maken wondjes in de tong en/of in de wang en je begrijpt dat dit zeer kan doen. Als je konijn last heeft van haken zal het steeds langzamer kauwen en langer over zijn eten doen. Soms stopt het halverwege om na een poosje weer iets te eten. Vaak heeft het konijn natte mondhoeken van het kwijlen. Bij meer pijn komt het konijn blij op het etensbakje afgerend, want hij heeft wel honger, maar hij gaat niet eten. Nog later zal het konijn stil in een hoekje gaan zitten en niet op eten reageren, het heeft te veel pijn. Herken je dit bij je konijn, dan moet je snel naar de dierenarts gaan.

Konijn uit een asiel?

Er zijn in Nederlanden België verschillende asiels en opvangcentra voor konijnen en knaagdieren, waar je een (jong) konijntje uit kunt zoeken. Veel konijnen komen in het asiel terecht als kinderen (of ouders) spijt hebben dat ze een konijngenomen hebben. Ook deze konijnen verdienen een goed baasje. Kijk daarom ook eens bij een asiel bij jou in de buurt.

Nadenken

Denk goed na over het hebben van een konijn, want naast het plezier wat je ervan hebt, zul je er ook voor moeten zorgen. Elke dag moet het konijn gevoerd worden en ook het hok moet regelmatig verschoond, ook als je geen zin hebt.

WAT BEDOELT HET KONIJN?

Grommen, krabben of naar voren schieten = ga weg, ik ben bang voor je
Stampen met de achterpoot = gevaar
Zachtjes tandenknarsen = ik voel me prettig
Zoemen/knorren, rondjes draaien om voeten = ik ben erg verliefd op je
Springen en rennen met snelle bochten = ik voel me SUPER!!
Met dingen gooien = ik ben boos of ik speel
Achter voeten aanrennen = ik wil spelen
Knabbelen aan dingen wat niet mag = ik wil speelgoed of ik ben nieuwsgierig
Neusje tegen je aanduwen/hand likken = ik vind je lief en ik wil aandacht
Languit liggen = ik voel me op mijn gemak
Rechtop staan = ik wil de omgeving goed bekijken
Hard tandenknarsen en wegkruipen = ik voel me ziek of ik heb pijn
Stil in een hoekje zitten = ik ben ziek of ik ben bang
Schreeuwen of gillen = ik ben werkelijk vreselijk bang

BRON : www.konijnenbelangen.nl
07-07-2011
tags Kinderboerderij
Laatste wijziging: 12-07-2013

Openingstijden

Elke dag geopend
10.00-16.30 uur
Alle openingstijden

Telefoon [0412] 64 14 92
NME.elzenhoek@oss.nl